huttentut
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kruisbloemige plant, op zandgrond voor het oliezaad gekweekt (een van de oudste Nederlandse cultuurgewassen)
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort kruisbloemige plant Camelina sativa, op zandgrond voor het oliezaad gekweekt (een van de oudste Nederlandse cultuurgewassen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huttentutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huttentutjes | verkleinwoord, meervoud |
| huttentutten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hut en tut met het invoegsel -en- , in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1808
Woordfamilie van huttentut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huttentutje | verkleinwoord | huttentut |
| huttentutjes | verkleinwoord meervoud | huttentut |
| huttentutten | meervoud | huttentut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huttentut zijn vastgelegd.