huiszoekingsbevel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een machtiging, uitgegeven door justitie, voor het binnentreden van de woning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huiszoekingsbevelen | meervoud |
| huiszoekingsbevelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huiszoekingsbevelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huiszoeking en bevel met het invoegsel -s-
Woordfamilie van huiszoekingsbevel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huiszoekingsbevelen | meervoud | huiszoekingsbevel |
| huiszoekingsbevelletje | verkleinwoord | huiszoekingsbevel |
| huiszoekingsbevelletjes | verkleinwoord meervoud | huiszoekingsbevel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huiszoekingsbevel zijn vastgelegd.