huiszoeking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een actie waarbij iemands huis, meestal door de autoriteiten, doorzocht wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huiszoekingen | meervoud |
| huiszoekinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huiszoekinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en zoeking zn
Woordfamilie van huiszoeking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huiszoekingen | meervoud | huiszoeking |
| huiszoekinkje | verkleinwoord | huiszoeking |
| huiszoekinkjes | verkleinwoord meervoud | huiszoeking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huiszoeking zijn vastgelegd.