huisgod
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beschermgod van huis en familie (- Romeinen)
zelfstandig naamwoord — masculine
- beschermgod van huis en familie (-> Romeinen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisgoden | meervoud |
| huisgodje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huisgodjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis en god
Woordfamilie van huisgod
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisgoden | meervoud | huisgod |
| huisgodje | verkleinwoord | huisgod |
| huisgodjes | verkleinwoord meervoud | huisgod |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisgod zijn vastgelegd.