huisdichter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vaste dichter van een organisatie of media
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisdichters | meervoud |
| huisdichtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huisdichtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis en dichter
Woordfamilie van huisdichter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisdichters | meervoud | huisdichter |
| huisdichtertje | verkleinwoord | huisdichter |
| huisdichtertjes | verkleinwoord meervoud | huisdichter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisdichter zijn vastgelegd.