hovenier
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iemand die beroepsmatig tuinen aanlegt en verzorgt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoveniers | meervoud |
| hoveniertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoveniertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hovenieren
- gebiedende wijs van hovenieren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hovenieren
Vervoeging van hovenier
hovenierhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van hof met het achtervoegsel -ier met het invoegsel -e-
Woordfamilie van hovenier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoveniers | meervoud | hovenier |
| hoveniertje | verkleinwoord | hovenier |
| hoveniertjes | verkleinwoord meervoud | hovenier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hovenier zijn vastgelegd.