houwitser
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een soort krombaangeschut dat de projectielen in een kromme baan over hindernissen heen kan schieten en vaak een relatief korte loop heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houwitsers | meervoud |
| houwitsertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| houwitsertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vuurmond met kortere loop dan kanon’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Woordfamilie van houwitser
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houwitsers | meervoud | houwitser |
| houwitsertje | verkleinwoord | houwitser |
| houwitsertjes | verkleinwoord meervoud | houwitser |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houwitser zijn vastgelegd.