kanon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een instrument om explosieve projectielen weg te schieten
- een drinkglas met dikke bodem of voet, gebruikt bij heildronken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kanonnen | meervoud |
| kanonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kanonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vuurwapen met lange loop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1574
Woordfamilie van kanon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kanonnen | meervoud | kanon |
| kanonnetje | verkleinwoord | kanon |
| kanonnetjes | verkleinwoord meervoud | kanon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kanon zijn vastgelegd.