houtzagerij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bedrijf waar men ruw rondhout verzaagt tot planken en balken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houtzagerijen | meervoud |
| houtzagerijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| houtzagerijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hout en zagerij
Woordfamilie van houtzagerij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houtzagerijen | meervoud | houtzagerij |
| houtzagerijtje | verkleinwoord | houtzagerij |
| houtzagerijtjes | verkleinwoord meervoud | houtzagerij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houtzagerij zijn vastgelegd.