houtje-touwtje
zelfstandig naamwoord, bijwoord ˌhɑucəˈtɑucəBetekenis
- Sluitsysteem bestaand uit cilindervormige knopen die door lussen van touw gehaald moeten worden
- jas voorzien van voornoemd sluitsysteem, houtje-touwtjejas
- primitief
Hoe spreek je houtje-touwtje uit?
/ˌhɑucəˈtɑucə/
Houtje-touwtje bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| c | tientje |
| ə | de |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- sluitsysteem voor kleding bestaand uit cilindervormig (houten) klosjes, vastgenaaid aan een kant, die door lussen van opgestikt touw aan de andere kant gehaald moeten worden
- jas voorzien van voornoemd sluitsysteem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houtje-touwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; (samenkoppeling) van houtje en touwtje