hooikist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kist, van binnen met hooi of een andere isolerende stof bekleed, om er spijzen in warm te houden of gaar te laten worden ter besparing van brandstof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hooikisten | meervoud |
| hooikistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hooikistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hooi en kist
Woordfamilie van hooikist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hooikisten | meervoud | hooikist |
| hooikistje | verkleinwoord | hooikist |
| hooikistjes | verkleinwoord meervoud | hooikist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hooikist zijn vastgelegd.