hooi
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gedroogd gras
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hooien
- gebiedende wijs van hooien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hooien
Vervoeging van hooi
hooihele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gedroogd gras’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1050