hooivork
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vorkvormig landbouwwerktuig waarmee bijvoorbeeld hooi wordt opgestoken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hooivorken | meervoud |
| hooivorkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hooivorkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hooi en vork
Woordfamilie van hooivork
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hooivorken | meervoud | hooivork |
| hooivorkje | verkleinwoord | hooivork |
| hooivorkjes | verkleinwoord meervoud | hooivork |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hooivork zijn vastgelegd.