hoogzit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hooggeplaatste hut waarin jagers verblijven tijdens de jacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoogzitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoogzitjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoogzitten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoog bw en zit zn
Woordfamilie van hoogzit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoogzitje | verkleinwoord | hoogzit |
| hoogzitjes | verkleinwoord meervoud | hoogzit |
| hoogzitten | meervoud | hoogzit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogzit zijn vastgelegd.