hoogwerker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verrijdbaar toestel waarmee men op een veilige manier aan hoger gelegen installaties kan werken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoogwerkers | meervoud |
| hoogwerkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoogwerkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoog en werker
Woordfamilie van hoogwerker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoogwerkers | meervoud | hoogwerker |
| hoogwerkertje | verkleinwoord | hoogwerker |
| hoogwerkertjes | verkleinwoord meervoud | hoogwerker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogwerker zijn vastgelegd.