hoogheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aanzien, grootheid, majesteit
- iemand die een zeer hoge adellijke rang bekleedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoogheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van hoog met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van hoogheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoogheden | meervoud | hoogheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogheid zijn vastgelegd.