hoofdhuid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- huid dat het hoofd en dan met name de schedel bedekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoofdhuiden | meervoud |
| hoofdhuidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoofdhuidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoofd en huid
Woordfamilie van hoofdhuid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoofdhuiden | meervoud | hoofdhuid |
| hoofdhuidje | verkleinwoord | hoofdhuid |
| hoofdhuidjes | verkleinwoord meervoud | hoofdhuid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoofdhuid zijn vastgelegd.