hoofddoek
zelfstandig naamwoord /'ɦovduk/Betekenis
- een vierkante lap stof die vooral door vrouwen driehoekig samengevouwen over het hoofd gedragen wordt
Hoe spreek je hoofddoek uit?
/ˈhovduk/
Hoofddoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| v | vis |
| d | dak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoofddoeken | meervoud |
| hoofddoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoofddoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoofd en doek
Woordfamilie van hoofddoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoofddoeken | meervoud | hoofddoek |
| hoofddoekjes | verkleinwoord meervoud | hoofddoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoofddoek zijn vastgelegd.