hondenoog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de ogen van een hond m.n. de ogen van de hond als huisdier
- de blik van een heel vriendelijk persoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hondenogen | meervoud |
| hondenoogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hondenoogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hond zn en oog zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van hondenoog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hondenogen | meervoud | hondenoog |
| hondenoogje | verkleinwoord | hondenoog |
| hondenoogjes | verkleinwoord meervoud | hondenoog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hondenoog zijn vastgelegd.