hondenmand
zelfstandig naamwoord 'hɔndə(n)mɑntBetekenis
- een mand die dient als slaap- en rustplaats van een hond
hondenmand in een zin
- De hond lag opgerold in zijn hondenmand.
- In de hoek staat een versleten hondenmand.
- Ze kochten een grotere hondenmand voor de pup.
Hoe spreek je hondenmand uit?
/ˈhɔndənmɑnt/
Hondenmand bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hondenmanden | meervoud |
| hondenmandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hondenmandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hond zn en mand zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van hondenmand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hondenmanden | meervoud | hondenmand |
| hondenmandje | verkleinwoord | hondenmand |
| hondenmandjes | verkleinwoord meervoud | hondenmand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hondenmand zijn vastgelegd.