hoepelrok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een lange rok die door middel van een constructie met hoepels heel wijd uitloopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoepelrokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoepelrokjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoepelrokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoepel zn en rok zn
Woordfamilie van hoepelrok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoepelrokje | verkleinwoord | hoepelrok |
| hoepelrokjes | verkleinwoord meervoud | hoepelrok |
| hoepelrokken | meervoud | hoepelrok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoepelrok zijn vastgelegd.