hoefijzer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gebogen ijzeren reep, in de vorm van de hoef, waarmee een paard door de hoefsmid beslagen wordt om het afslijten van de hoeven tegen te gaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoefijzers | meervoud |
| hoefijzertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoefijzertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoef en ijzer
Woordfamilie van hoefijzer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoefijzers | meervoud | hoefijzer |
| hoefijzertje | verkleinwoord | hoefijzer |
| hoefijzertjes | verkleinwoord meervoud | hoefijzer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoefijzer zijn vastgelegd.