hobbezak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een heel ruim zittend kledingstuk
- iemand die lomp en onhandig is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hobbezakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hobbezakjes | verkleinwoord, meervoud |
| hobbezakken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘lomp persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1735
Woordfamilie van hobbezak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hobbezakje | verkleinwoord | hobbezak |
| hobbezakjes | verkleinwoord meervoud | hobbezak |
| hobbezakken | meervoud | hobbezak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hobbezak zijn vastgelegd.