helmstok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- houten staaf aan het roer waarmee het roer in de gewenste stand gezet wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| helmstokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| helmstokjes | verkleinwoord, meervoud |
| helmstokken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘stok die het roer beweegt’ voor het eerst aangetroffen in 1465
Woordfamilie van helmstok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| helmstokje | verkleinwoord | helmstok |
| helmstokjes | verkleinwoord meervoud | helmstok |
| helmstokken | meervoud | helmstok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van helmstok zijn vastgelegd.