hefbrug
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een brug waarvan het wegdek recht omhoog opgehesen wordt om de scheepvaart door te laten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hefbruggen | meervoud |
| hefbruggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hefbruggetjes | verkleinwoord, meervoud |
| hefbrugje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hefbrugjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hef ww en brug zn
Woordfamilie van hefbrug
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hefbruggen | meervoud | hefbrug |
| hefbruggetje | verkleinwoord | hefbrug |
| hefbruggetjes | verkleinwoord meervoud | hefbrug |
| hefbrugje | verkleinwoord | hefbrug |
| hefbrugjes | verkleinwoord meervoud | hefbrug |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hefbrug zijn vastgelegd.