hebber
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die iets heeft (bezit) of een drager (van een ambt)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hebbers | meervoud |
| hebbertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hebbertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van hebben met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van hebber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hebbers | meervoud | hebber |
| hebbertje | verkleinwoord | hebber |
| hebbertjes | verkleinwoord meervoud | hebber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hebber zijn vastgelegd.