hebbelijkheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kenmerkende, vreemde gewoonte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hebbelijkheden | meervoud |
| hebbelijkheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hebbelijkheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van hebbelijk met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van hebbelijkheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hebbelijkheden | meervoud | hebbelijkheid |
| hebbelijkheidje | verkleinwoord | hebbelijkheid |
| hebbelijkheidjes | verkleinwoord meervoud | hebbelijkheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hebbelijkheid zijn vastgelegd.