Naar de inhoud

haperen

stokken, niet vooruitgaan.

haperen

werkwoord

Betekenis

  1. stokken, niet vooruitgaan.
  2. kapot gaan

Vervoeging van haperen

haperenhele werkwoord — haperdeverleden tijd enkelvoud — haperdenverleden tijd meervoud — gehaperdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haper haperde
jij hapert haperde
hij, zij, het hapert haperde
wij haperen haperden
jullie haperen haperden
zij haperen haperden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehaperd verleden tijd, deelwoord
gehaperd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehaperd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehaperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehaperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehaperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehaperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehaperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehaperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehaperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
haper gebiedende wijs
haperde verleden tijd
hapere aanvoegende wijs
haperend onvoltooid, deelwoord
heb gehaperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehaperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehaperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehaperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehaperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehaperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehaperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehaperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te haperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehaperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen haperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehaperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehaperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehaperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal haperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal haperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal haperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehaperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehaperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehaperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou haperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou haperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou haperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehaperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehaperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehaperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden haperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden haperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden haperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehaperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt haperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehaperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehaperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehaperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen haperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen haperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen haperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen haperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehaperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult haperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘blijven steken’ voor het eerst aangetroffen in 1351

Woordfamilie van haperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehaperd voltooid deelwoord haperen
haper gebiedende wijs haperen
haperde verleden tijd haperen
haperden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon haperen
hapere aanvoegende wijs haperen
hapert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon haperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haperen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over haperen

Wat is de betekenis van haperen?
Haperen is een werkwoord. De betekenis is: stokken, niet vooruitgaan. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik haperen?
Zo vervoeg je haperen zo: de tegenwoordige tijd is haper, de verleden tijd is haperde en het voltooid deelwoord is gehaperd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord haperen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. P 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

haperen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. P 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

haperen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

haperen in het kort

haperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van haperen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort haperen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

haperen: stokken, niet vooruitgaan.
Deel haperen — standaardnederlands.nl