handrug
zelfstandig naamwoord ˈhɑntrʏxBetekenis
- de strekzijde van de hand; de bovenzijde van de hand
Hoe spreek je handrug uit?
/ˈhɑntrʏx/
Handrug bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handruggen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hand zn en rug zn
Woordfamilie van handrug
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handruggen | meervoud | handrug |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handrug zijn vastgelegd.