hamam
zelfstandig naamwoordBetekenis
- oosters badhuis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hamammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hamammetjes | verkleinwoord, meervoud |
| hamams | meervoud |
| hammam |
Herkomst
Leenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘oosters badhuis’ voor het eerst aangetroffen in 1988
Woordfamilie van hamam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hamammetje | verkleinwoord | hamam |
| hamammetjes | verkleinwoord meervoud | hamam |
| hamams | meervoud | hamam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hamam zijn vastgelegd.