Naar de inhoud

hallucineren

zinsbegoochelingen hebben

hallucineren

werkwoord

Betekenis

  1. zinsbegoochelingen hebben

werkwoord

  1. Dat AI-model durft al eens te hallucineren: het model verzint soms passages tekst die nooit door de dokter of patiënt werden uitgesproken.

Vervoeging van hallucineren

hallucinerenhele werkwoord — hallucineerdeverleden tijd enkelvoud — hallucineerdenverleden tijd meervoud — gehallucineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hallucineer hallucineerde
jij hallucineert hallucineerde
hij, zij, het hallucineert hallucineerde
wij hallucineren hallucineerden
jullie hallucineren hallucineerden
zij hallucineren hallucineerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehallucineerd verleden tijd, deelwoord
gehallucineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehallucineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehallucineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehallucineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehallucineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehallucineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehallucineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehallucineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehallucineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hallucineer gebiedende wijs
hallucineerde verleden tijd
hallucinere aanvoegende wijs
hallucinerend onvoltooid, deelwoord
heb gehallucineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehallucineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehallucineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehallucineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehallucineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehallucineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehallucineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehallucineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hallucineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehallucineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hallucineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehallucineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehallucineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehallucineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehallucineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehallucineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehallucineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehallucineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehallucineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehallucineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehallucineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehallucineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehallucineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehallucineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hallucineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehallucineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hallucineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘begoochelen’ voor het eerst aangetroffen in 1865

Woordfamilie van hallucineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehallucineerd voltooid deelwoord hallucineren
hallucineer gebiedende wijs hallucineren
hallucineerde verleden tijd hallucineren
hallucineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hallucineren
hallucineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hallucineren
hallucinere aanvoegende wijs hallucineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hallucineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over hallucineren

Wat is de betekenis van hallucineren?
Hallucineren is een werkwoord. De betekenis is: zinsbegoochelingen hebben. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hallucineren?
Zo vervoeg je hallucineren zo: de tegenwoordige tijd is hallucineer, de verleden tijd is hallucineerde en het voltooid deelwoord is gehallucineerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hallucineren is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. U 4
  6. C 5
  7. I 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hallucineren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. U 2
  6. C 5
  7. I 2
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hallucineren in het kort

hallucineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hallucineren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hallucineren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hallucineren: zinsbegoochelingen hebben
Deel hallucineren — standaardnederlands.nl