hakselaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- landbouwmachine die hooi of stro hakselt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hakselaars | meervoud |
| hakselaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hakselaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van hakselen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van hakselaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hakselaars | meervoud | hakselaar |
| hakselaartje | verkleinwoord | hakselaar |
| hakselaartjes | verkleinwoord meervoud | hakselaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hakselaar zijn vastgelegd.