hagelgeweer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vuurwapen om voornamelijk hagelpatronen mee af te schieten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hagelgeweertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hagelgeweertjes | verkleinwoord, meervoud |
| hagelgeweren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hagel en geweer
Woordfamilie van hagelgeweer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hagelgeweertje | verkleinwoord | hagelgeweer |
| hagelgeweertjes | verkleinwoord meervoud | hagelgeweer |
| hagelgeweren | meervoud | hagelgeweer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hagelgeweer zijn vastgelegd.