hagelbui
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bui met hagel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hagelbuien | meervoud |
| hagelbuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hagelbuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hagel en bui
Woordfamilie van hagelbui
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hagelbuien | meervoud | hagelbui |
| hagelbuitje | verkleinwoord | hagelbui |
| hagelbuitjes | verkleinwoord meervoud | hagelbui |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hagelbui zijn vastgelegd.