hacker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteem
- iemand die geniet van de intellectuele uitdaging om op een creatieve, onorthodoxe manier aan technische beperkingen te ontsnappen
- hacker, iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteem
- hacker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hackers | meervoud |
| hackertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hackertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘computerkraker’ voor het eerst aangetroffen in 1985
Woordfamilie van hacker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hackers | meervoud | hacker |
| hackertje | verkleinwoord | hacker |
| hackertjes | verkleinwoord meervoud | hacker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hacker zijn vastgelegd.