habitué
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die ergens een vaste bezoeker is; iemand heel vaak ergens komt; een vaste klant
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die ergens een vaste bezoeker is; iemand die heel vaak ergens komt; een vaste klant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| habitueetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| habitueetjes | verkleinwoord, meervoud |
| habitués | meervoud |
Herkomst
Leenwoord van Frans habitué, in de betekenis van ‘regelmatige bezoeker’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840
Woordfamilie van habitué
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| habitueetje | verkleinwoord | habitué |
| habitueetjes | verkleinwoord meervoud | habitué |
| habitués | meervoud | habitué |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van habitué zijn vastgelegd.