grijnslach
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een pijnlijke, hatelijke, satirische vertrekking van het gelaat die doet denken aan een glimlach
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grijnslachen | meervoud |
| grijnslachje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grijnslachjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grijnslachen
- gebiedende wijs van grijnslachen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grijnslachen
Vervoeging van grijnslach
grijnslachhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van grijns zn en lach zn
Woordfamilie van grijnslach
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grijnslachje | verkleinwoord | grijnslach |
| grijnslachjes | verkleinwoord meervoud | grijnslach |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grijnslach zijn vastgelegd.