griffel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɣrɪfəlBetekenis
- een schrijfgerei van vrij zachte steen, vaak leisteen, waarmee kan worden geschreven op een schrijfplankje dat van dezelfde leisteen is gemaakt (de lei)
Hoe spreek je griffel uit?
/ˈxrɪfəl/
Griffel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| f | fiets |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| griffels | meervoud |
| griffeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| griffeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van griffelen
- gebiedende wijs van griffelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van griffelen
Vervoeging van griffel
griffelhele werkwoord
Herkomst
via Middelnederlands griffel en Oudfrans greffe van Latijn graphium, in de betekenis van ‘schrijfstift’ aangetroffen vanaf 1370
Woordfamilie van griffel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| griffels | meervoud | griffel |
| griffeltje | verkleinwoord | griffel |
| griffeltjes | verkleinwoord meervoud | griffel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van griffel zijn vastgelegd.