grasdijk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- met gras begroeide dijk
zelfstandig naamwoord — masculine
- met gras begroeide dijk, zonder harde bekleding zoals een steen zetting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grasdijken | meervoud |
| grasdijkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grasdijkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gras zn en dijk zn
Woordfamilie van grasdijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grasdijken | meervoud | grasdijk |
| grasdijkje | verkleinwoord | grasdijk |
| grasdijkjes | verkleinwoord meervoud | grasdijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grasdijk zijn vastgelegd.