gradenboog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een instrument waarmee een hoek van een gekende grote uitgezet of gemeten kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gradenbogen | meervoud |
| gradenboogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gradenboogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van graad en boog met het invoegsel -en-
Woordfamilie van gradenboog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gradenbogen | meervoud | gradenboog |
| gradenboogje | verkleinwoord | gradenboog |
| gradenboogjes | verkleinwoord meervoud | gradenboog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gradenboog zijn vastgelegd.