gnuiven
werkwoordBetekenis
- onderdrukt, triomfantelijk lachen, vaak uit leedvermaak
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van gnuiven
gnuivenhele werkwoord — gnuifdeverleden tijd enkelvoud — gnuifdenverleden tijd meervoud — gegnuifdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gnuif | gnuifde |
| jij | gnuift | gnuifde |
| hij, zij, het | gnuift | gnuifde |
| wij | gnuiven | gnuifden |
| jullie | gnuiven | gnuifden |
| zij | gnuiven | gnuifden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gegnuifd | verleden tijd, deelwoord |
| gegnuifd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegnuifd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gnuif | gebiedende wijs |
| gnuifde | verleden tijd |
| gnuive | aanvoegende wijs |
| gnuivend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegnuifd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegnuifd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegnuifd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegnuifd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegnuifd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegnuifd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegnuifd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegnuifd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegnuifd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegnuifd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegnuifd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegnuifd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegnuifd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegnuifd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegnuifd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gnuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegnuifd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gnuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gegnuifd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegnuifd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegnuifd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegnuifd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegnuifd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegnuifd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegnuifd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegnuifd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegnuifd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegnuifd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegnuifd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegnuifd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegnuifd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gnuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegnuifd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gnuiven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘gniffelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1920
Woordfamilie van gnuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegnuifd | voltooid deelwoord | gnuiven |
| gegnuifde | woordvorm | gnuiven |
| gnuif | gebiedende wijs | gnuiven |
| gnuifde | verleden tijd | gnuiven |
| gnuifden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gnuiven |
| gnuift | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gnuiven |
| gnuive | aanvoegende wijs | gnuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gnuiven zijn vastgelegd.