glitter
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- klein, glimmend papiertje
zelfstandig naamwoord — masculine
- klein glimmend papiertje of stukje plastic, vooral gebruikt bij wijze van decoratie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| glitters | meervoud |
| glittertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| glittertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glitteren
- gebiedende wijs van glitteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glitteren
Vervoeging van glitter
glitterhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘fonkeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1966
Woordfamilie van glitter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| glitters | meervoud | glitter |
| glittertje | verkleinwoord | glitter |
| glittertjes | verkleinwoord meervoud | glitter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glitter zijn vastgelegd.