gezichtsmasker
zelfstandig naamwoord ɣəˈzɪxtsmɑskərBetekenis
- vlak materiaal dat zo voor het gelaat is bevestigd dat iemand er zelf doorheen kan kijken, maar niet meer eenvoudig herkenbaar is
- schoonheidsbehandeling waarbij het gezicht enige tijd helemaal wordt bedekt met een substantie die voor een mooiere huid moet zorgen
Hoe spreek je gezichtsmasker uit?
/xəˈzɪxtsmɑskər/
Gezichtsmasker bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| s | sok |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezichtsmaskers | meervoud |
| gezichtsmaskertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gezichtsmaskertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gezicht zn en masker zn met het invoegsel -s- **[2]: mogelijk een leenvertaling van Engels facial mask
Woordfamilie van gezichtsmasker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezichtsmaskers | meervoud | gezichtsmasker |
| gezichtsmaskertje | verkleinwoord | gezichtsmasker |
| gezichtsmaskertjes | verkleinwoord meervoud | gezichtsmasker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezichtsmasker zijn vastgelegd.