gewoontedier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die (te lang) vasthoudt aan gewoonten
- dieren met een vast en voorspelbaar gedrag
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gewoontedieren | meervoud |
| gewoontediertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gewoontediertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gewoonte en dier
Woordfamilie van gewoontedier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewoontedieren | meervoud | gewoontedier |
| gewoontediertje | verkleinwoord | gewoontedier |
| gewoontediertjes | verkleinwoord meervoud | gewoontedier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gewoontedier zijn vastgelegd.