gevellijst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lijst langs de gevel van een gebouw, het onderste gedeelte van de kroonlijst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gevellijsten | meervoud |
| gevellijstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gevellijstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gevel en lijst
Woordfamilie van gevellijst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevellijsten | meervoud | gevellijst |
| gevellijstje | verkleinwoord | gevellijst |
| gevellijstjes | verkleinwoord meervoud | gevellijst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gevellijst zijn vastgelegd.