gesp
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɣɛsp/Betekenis
- beugel met tong of pin om twee uiteindes van één of twee riemen of linten aan elkaar te fixeren
Hoe spreek je gesp uit?
/xɛsp/
Gesp bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gespen | meervoud |
| gespje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gespjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gespen
- gebiedende wijs van gespen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gespen
Vervoeging van gesp
gesphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘sluitmechanisme aan riemen e.d.’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276.
Woordfamilie van gesp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gespje | verkleinwoord | gesp |
| gespjes | verkleinwoord meervoud | gesp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gesp zijn vastgelegd.