geslachtscel
zelfstandig naamwoord ɣəˈslɑx(t)sɛlBetekenis
- cel die deelneemt aan de voortplanting, zaadcel of eicel
Hoe spreek je geslachtscel uit?
/xəˈslɑxtsɛl/
Geslachtscel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geslachtscellen | meervoud |
| geslachtscelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geslachtscelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van geslacht en cel met het invoegsel -s-
Woordfamilie van geslachtscel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geslachtscellen | meervoud | geslachtscel |
| geslachtscelletje | verkleinwoord | geslachtscel |
| geslachtscelletjes | verkleinwoord meervoud | geslachtscel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geslachtscel zijn vastgelegd.