geslachtsboom
zelfstandig naamwoord ɣəˈslɑx(t)sbomBetekenis
- boom van een geslacht, d.i. het geslacht vergeleken bij een boom, waarvan de stam zich telkens meer vertakt
- tekening die een boom voorstelt, en waarin de leden van een geslacht in hun verschillende graden van verwantschap worden vermeld
Hoe spreek je geslachtsboom uit?
/xəˈslɑxtsbom/
Geslachtsboom bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geslachtsbomen | meervoud |
| geslachtsboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geslachtsboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van geslacht en boom met het invoegsel -s-
Woordfamilie van geslachtsboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geslachtsbomen | meervoud | geslachtsboom |
| geslachtsboompje | verkleinwoord | geslachtsboom |
| geslachtsboompjes | verkleinwoord meervoud | geslachtsboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geslachtsboom zijn vastgelegd.