genezer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die geen arts is maar wel zegt mensen te kunnen genezen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genezers | meervoud |
| genezertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| genezertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van genezen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van genezer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genezers | meervoud | genezer |
| genezertje | verkleinwoord | genezer |
| genezertjes | verkleinwoord meervoud | genezer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genezer zijn vastgelegd.