gemsbok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een antiloop uit Afrika met spiesachtige hoorns
- een mannetje van de gems
zelfstandig naamwoord — masculine
- Oryx gazella een antiloop uit Afrika met spiesachtige hoorns
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemsbokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gemsbokjes | verkleinwoord, meervoud |
| gemsbokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gems zn en bok zn
Woordfamilie van gemsbok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemsbokje | verkleinwoord | gemsbok |
| gemsbokjes | verkleinwoord meervoud | gemsbok |
| gemsbokken | meervoud | gemsbok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemsbok zijn vastgelegd.